Zij zeggen: ‘Wee jullie, rijken’, maar zij leven als rijken. Zij prediken luid: ‘Gelukkig zijn de armen’, zonder zelf tot de ‘gelukkigen’ te willen behoren.

Zij zeggen: 'Wee jullie, rijken', maar zij leven als rijken. Zij prediken luid: 'Gelukkig zijn de armen', zonder zelf tot de 'gelukkigen' te willen behoren. █ Zij prediken: 'Gelukkig zijn de armen… wee jullie, rijken.'Maar daarna vragen zij de mensen om tienden of verkopen hun 'sacramenten', en leven als rijken. En bovendien zeggen zij: 'Geef … Continue reading Zij zeggen: ‘Wee jullie, rijken’, maar zij leven als rijken. Zij prediken luid: ‘Gelukkig zijn de armen’, zonder zelf tot de ‘gelukkigen’ te willen behoren.